Sociaal
Een van de belangrijkste opdrachten als school is het verwezenlijken van de “Sociale pijler”. De leerlingen brengen een hele week met elkaar door. Vijf dagen in de week zijn ze vierentwintig uur per dag bij elkaar. Dit zorgt ervoor dat we één grote familie zijn. Het geestelijk welbevinden van de leerling staat hierbij centraal: respect voor elkaars ideeën en persoon, het materiaal en de omgeving in een sfeer van wederzijds vertrouwen zijn belangrijke onderdelen in het opvoedingsproces van elke dag.
Daarom vinden wij goed dat de leerlingen verantwoordelijkheidszin krijgen. Uiteindelijk groeien ze op van kinderen naar jong volwassenen. Daarom krijgen de leerlingen verantwoordelijkheden op maat. De jongens en meisjes van de hoogste jaren begeleiden vaak de leerlingen van de jongere jaren tijdens sport en spel en de leden van de leerlingen- en schoolraad nemen hun verantwoordelijkheid op tijdens het dagelijkse bestuur van de school en het internaat. Een sportkapitein overlegt met de sportverantwoordelijke en wekelijks komen de leerlingenpresessen samen met de internaatbeheerder.
Leerlingen die zich niet goed in hun vel voelen, kunnen bij hun klastitularis, opvoeder of bij de internaatbeheerders of directie terecht.
Maar we leven niet op een eiland en komen dagelijks in contact met mensen die het minder goed stellen. Daarom gaan de leerlingen van het eerste jaar tijdens hun bezinningsdag naar een rusthuis waar ze animatie brengen voor de bejaarden.
|
|
Sociale retraite
De leerlingen van het vierde jaar reizen naar Brussel waar ze een sociale retraite van drie dagen houden. Ze helpen organisaties die de noden van de vierde wereld lenigen. Het vraagt een hele organisatie van Vader Abt om de jongens en meisjes in groepjes van drie personen in te delen bij elke organisatie. Uiteindelijk ondervinden ze aan de levende lijve dat armoede niet ver weg is in onze wereld.
Inleefreizen
Sinds 1996 organiseert de Abdijschool inleefreizen voor onze leerlingen. Tot dan werden diverse projecten financieel gesteund door onze school. Dit was de meest eenvoudige weg: de financiële adoptie van een project. Toch klonken steeds luidere stemmen om ons ook op een andere manier in te zetten. Het idee groeide om leerlingen ter plaatse te sturen.
Op die manier bied je hen een unieke en niet te vergeten ervaring aan. De leerlingen bereiden de reis voor, leren hun handen uit de mouwen te steken, leven ter plaatse onder weinig comfortabele omstandigheden en werken samen met mensen met totaal andere cultuur of godsdienst.
Tijdens deze periode van vijftien jaar gingen twee groepen naar de Democratische Republiek Congo. Toen in de late jaren negentig de situatie ter plaatse echter minder goed werd, moesten we naar andere oorden uitwijken. Sindsdien zijn we op verschillende continenten aan de slag. In Azië hadden we projecten in Vietnam, de Flippijnen, India en Cambodja. In Afrika: Kongo, Senegal, Ethiopië en Burundi. In Latijns-Amerika: Mexico en Chili. In Europa waren we drie jaar in Roemenië actief.
De meeste deelnemers komen diep onder de indruk terug, want zo dicht hebben ze nooit met een inwoner van een derdewereldland geleefd. Soms gaan ze nog een stapje verder, want enkelen vonden de weg naar de armoede terug en zetten zich nu actief in voor de armen in alle uithoeken van de wereld.
De kleine bijdrage die onze leerlingen levert tijdens deze projecten, bewijst dat er toch nog iets leeft onder de jeugd. Zijn ze trouwens niet de volwassenen van morgen die aan het beleid van overmorgen zullen voeren?
|
|